Het Waarnemingsproces

Chögyam Trungpa over waarneming en het waarnemingsproces

“De vraag naar wat werkelijkheid is, is een erg verwarrende vraag. Niemand weet het antwoord, maar iedereen denkt dat er wel iemand zal zijn die het weet. Dit lijkt het probleem te zijn waar we voor staan: misschien weet helemaal niemand het of misschien weet iedereen het. Daarom moeten we niet louter vertrouwen op de informatie, suggesties en ideeën die ons van buitenaf worden aangereikt, maar het zelf uitzoeken en proberen om ons eigen, persoonlijke inzicht en zicht op de werkelijkheid te ontwikkelen. De werkelijkheid is de fundamentele ruimte waarin ons gewone dagelijkse leven zich voltrekt. Het geeft ons een gevoel van geborgenheid en wekt tegelijkertijd een zekere verwarring. Tussen die twee polen lijken we steeds heen en weer te slingeren.

Wanneer we de wereld van de verschijnselen beginnen waar te nemen, zien we deze niet louter als grijs en onbepaald, alsof hij gecamoufleerd is. We zien in feite allerlei verschillende, in het oog springende details. Wanneer we bijvoorbeeld een gewoon voorwerp zien – een ei of een kop thee – gaat dat vaak gepaard met een zekere verveling, omdat dit soort voorwerpen zo gewoon en huiselijk zijn. We weten al hoe een ei eruit ziet en we weten ook wat een kop thee is. Maar wanneer ons iets uitzonderlijks wordt getoond, dan hebben we het gevoel dat we op een opwindende voorstelling getrakteerd worden. Dus zowel bij de alledaagse als bij de opgewonden geesteshouding, of we de wereld nu buitengewoon saai of buitengewoon onderhoudend vinden, steeds komt er een zekere mate van verwarring en agressie bij kijken.

Dit soort agressie is een hindernis voor visuele dharma, voor het horen en voor alle andere zintuiglijke waarnemingen en het begrijpen van de werkelijkheid in zijn volle betekenis. Het ziet er dus naar uit dat een of andere fundamentele discipline buitengewoon belangrijk en nodig is. Zonder daadwerkelijke beoefening van zitmeditatie die ons in staat stelt vriendschap met onszelf te sluiten, kunnen we niets in zijn volle omvang horen of zien; we kunnen niet waarnemen zoals we het willen waarnemen. Door onze beoefening begeven we ons heel geleidelijk en op een natuurlijke manier in de echte wereld, de wereld van chaos, pijn en angst.

Wanneer we de staat van non-agressie bereiken, betekent dat niet dat we ophouden iets waar te nemen, maar gaan we op een heel specifieke manier waarnemen. Als agressie afwezig is ontstaat er meer helderheid, omdat er in die situatie niets is dat gebaseerd is op angst of op ideeën of idealen van enigerlei aard. In plaats daarvan beginnen we de dingen te zien zonder er eisen aan te stellen. We proberen niet langer iets aan de man te brengen of van iemand iets los te krijgen. Dat is een directe en heel persoonlijke ervaring.

Onze ervaring met de staat van non-agressie wordt zo persoonlijk dat het soms heel pijnlijk is, Omdat allerlei belemmeringen volledig uit de weg geruimd zijn, zien we de dingen voor het eerst vanuit een zuiver en helder gezichtspunt. We gaan muziek op een zuivere manier horen. We gaan kleuren en visuele objecten in hun volle zuiverheid zien. Als we op deze manier gevoeliger worden voor ervaringen dan worden ze indringender en beginnen ze ergens op te slaan. Daarbij kan mogelijk irritatie ontstaan, en tegelijkertijd ook veel humor. We hebben niet langer het gevoel te moeten ploeteren of de oceaan van eisen die de wereld aan ons stelt over te moeten zwemmen. We hoeven niet langer tegendruk te geven. De helderheid die op die manier ontstaat is buitengewoon plezierig, maar tegelijkertijd maakt de overweldigende precisie ervan onze ervaring verschrikkelijk pijnlijk. Daarom kunnen we zeggen dat het proces van de dingen zien zoals ze zijn een geestesgesteldheid is.

We zijn er vaak zo op gespitst alles te begrijpen. We zijn er zo op gespitst, dat het ons juist verlamt. We zijn er zo op gespitst, dat we daardoor dingen vaak verkeerd begrijpen. Soms weten we het even helemaal niet meer en kunnen we zelfs niet meer communiceren. We vergeten hoe we onze zinnen moeten samenstellen, we vergeten wat we op moeten schrijven, we verliezen ons geheugen. Als gevolg hiervan voltrekken zich allerlei problematische gebeurtenissen in ons als een uitdrukking van gretigheid, wat niets anders is als mentale snelheid. Hiermee om leren gaan is een langlopend project, Het is belangrijk het materiaal te bestuderen en ermee te werken, ons leven en ons ervaren te onderzoeken. Zo kunnen we leren onze wereld op de juiste manier te ervaren, zodat ons leven het waard wordt om geleefd te worden en er een volgend leerproces kan plaatsvinden. We kunnen de wereld als heel ruimtelijk waarnemen of we kunnen de wereld onze ruimte ervaren. Maar dat kan op hetzelfde neerkomen, want de ervaring van geen ruimte is tegelijkertijd ruimte. Dus als we de hele situatie met van alles en nog wat volstouwen, dan wordt dat ‘volgestouwde’ zelf ruimte.

Visuele waarneming wordt op een geleidelijke manier werkelijkheid. Traditioneel wordt het waarnemingsproces wel beschreven als een proces dat vele fasen doorloopt. Eerst ‘zien’ we met onze ogen, vervolgens ‘ruiken’ we met onze ogen, daarna ‘horen’ we met onze ogen en vervolgens beginnen we het voorwerp met onze ogen ‘aan te raken’. Iedere zintuigelijke waarneming doorloopt deze fasen. Bijvoorbeeld op het niveau van het gehoor, wanneer we iets horen en dan ‘zien’ we het eerst met onze oren, daarna ‘horen’ we het, dan ‘ruiken’ we het en vervolgens ‘raken we het aan’. Er vinden dus voortdurend psychologische verschuivingen plaats. Waarnemen is een geleidelijk proces.

In de praktijk komt het eerste contact – het zien, het persoonlijk ervaren – abrupt en impulsief tot stand. Als het waarnemingsproces zich vervolgens verder ontvouwt, kunnen we het visuele onderwerp ruiken. Dat betekent dat we het patroon, de structuur en de sfeer ervan beginnen op te pikken. Daarna beginnen we dit visuele voorwerp te horen: we kunnen zowel het patroon als de ademhaling ervan horen; we horen of het hard of zacht ademt. We kunnen in feite de hartslag van het object horen. Dus tegelijkertijd zien en horen we de hartslag. Tenslotte ontstaan er, omdat we door dit proces doorlopen hebben, een geweldige interesse in dat visuele voorwerpt en proberen we het visueel aan te raken. We geven ons over aan deze waarneming en maken in feite voor het eerst een connectie met alles wat er in onze wereld om gaat. Wij gaan onze wereld aanraken, de wezenlijke aard ervan voelen, niet alleen het geluid of de geur of de eerste visuele flits ervan. Op de manier zijn we in staat om totale communicatie tot stand te brengen.

Dit proces vindt voortdurend plaats, bij wat we in ons leven ook doen en wel zintuig er ook bij betrokken is. Of het nu ons gehoororgaan, reukorgaan,visuele of tastorgaan betreft. Of we nu eten, muziek horen, visueel objecten waarnemen, bepaalde kleding dragen if een duik nemen, deze vier fasen – zien, ruiken, horens en aanraken – vinden voortdurend plaats. Zo kunnen we de dingen feitelijk waarnemen zoals ze zijn. Soms springen we echter heen en weer in plaats van het geleidelijke standaardproces te doorlopen dat ons de dingen echt laat zien. we raken dan eerst de buitenkant aan, deinen terug om vervolgens weer naar dezelfde buitenkant terug te keren. We beginnen een interne dialoog met onszelf en vertellen onszelf: ‘Misschien is dit niet goed, misschien is dit niet waar, misschien is dit niet de ideale situatie. Laten we erover praten, laten we erover denken.’ Zo gaan we maar door en door en door met voortdurend heen en weer springen. Dat is de neurotische of psychotische variant van visuele waarneming.

Visuele waarneming heeft niets te maken met het al dan niet op de juiste manier zien van veel kleuren. We kunnen het ook als we kleurenblind zijn. Wanneer we iets beginnen te zien, krijgen we allereerst te maken met de kwestie van visueel perspectief: de wereld die we zien wordt begrensd door onze ogen, en is dus ovaal of eivormig. We kunnen niet voorbij de begrenzing van de vorm van ons oog kijken. Daarna gaan we ruiken; dat gebeurt in ons achterhoofd. We ruiken wat zich achter wat we zien bevindt.  Dan volgt een commentaar dat zegt dat dit voorwerp een geur of een zweem van iets om zich heen heeft hangen. Daar blijft het niet bij, want daarna beginnen we dat speciale voorwerp van alle kanten te horen: niet alleen van voren en van achteren, maar ook van onder en van boven. We merken dat zich daar iets bevindt en we proberen uit te proberen uit te zoeken wat dat kan. Uiteindelijk maken we dan contact. We raken het aan; we nemen een heel directe en vooruitgeschoven positie in. We gaan het voelen, heel persoonlijk en komen dan tot een beslissing; ‘Ik koop het. Ik vind het leuk’, of ‘Ik hoef het niet. Ik vind het niet leuk’. Dit hele proces voltrekt zich in een fractie van een seconde, razendsnel. Rats, rats, rats! Het hele mechanisme is razendsnel en razend eenvoudig, en het vindt voortdurend plaats.

Voor wat dharmakunst of absolute ervaring betreft, tijdens ons ervaren beginnen we de dingen te zien zoals ze zijn, contact te maken met de dingen zoals ze zijn. Vervolgens beginnen we alleen maar te zijn met het waarnemen van de dingen. Zonder te accepteren of af te wijzen. We proberen eenvoudigweg zo te zijn. Er ontstaat dan een bepaalde kwaliteit van onbeweeglijkheid, een dood punt waarbij commentaar en opmerkingen onbelangrijk zijn geworden en waarbij het zien van de dingen zoals ze zijn de werkelijkheid wordt.  Het is als een kikker die midden in een grote poel zit terwijl de regen voortdurend op hem neerplenst. De kikker knippert gewoon met zijn ogen bij iedere regendruppel die op hem neervalt, maar hij verandert zijn houding niet. Hij probeert noch in de poel noch eruit te komen. Dat is de eigenschap die ook in de naam van een beroemd Indiaans opperhoofd wordt uitgedrukt: Zittende Stier. De kikker wordt een zittende stier.”

'Het waarnemingsproces' uit 'Dharmakunst - De creatieve dimensie van spiritualiteit' C. Trungpa

Deze post is ook beschikbaar in: Engels, Duits, Spaans

Posted in Geen categorie.