Ik zie ik zie wat jij niet ziet

En dat is altijd zo!

Ik hoor vaak – ‘o, dat heb ik ook gezien, precies hetzelfde’.

Dit is een veelvoorkomend misverstand.
Want dit is fysiek onmogelijk.

Jij ziet wat jij op dat moment op dat tijdstip ziet op jouw unieke manier vanuit jouw fysieke standpunt.

Iemand anders kan natuurlijk hetzelfde voorwerp of hetzelfde onderwerp of dezelfde situatie zien, op het zelfde moment of wat later en een dag later. Maar ongeacht het tijdstip weten we feitelijk niet van elkaar wat we precies zien!

We denken dat we hetzelfde zien. Dat nemen we aan gebaseerd op een snelle en vage conclusie.

Als we onze conclusie namelijk wat zorgvuldiger bekijken en deze ontleden, waar komen we dan terecht?

  • Wat we als eerste tegenkomen in de ontleding, is dat we opmerken hoe snel de gedachten eigenlijk gingen. We merken op het op en kunnen het ook terug traceren hoe hoog de snelheid van onze gedachten eigenlijk gingen. De gedachten die we hadden vormden heel snel een pakketje van benoeming en oordeel, iets in de trant van ‘dit is wat het is en dit is leuk of niet leuk’.
  • Dat is nog niet genoeg, onze gedachten gaan nog verder en eindigen in een zomaar ongecontroleerde conclusie als eindproduct: ‘heb ik ook gezien’.

De inhoud van gedachten en oordeel valt nog verder uit te pluizen, psychologisch en emotioneel, maar wat echt interessant is, is: waar snelden we eigenlijk aan voorbij?

  • In de hoge snelheid van denken snelden we voorbij aan onze directe waarneming van iets sprankelends zien.
  • We snelden voorbij aan het voelen van de directheid van onze eigen resonantie van onze visuele waarneming.
  • We snelden voorbij.We gaan op in onze gedachten over wat we zien. In volle snelheid
    Door deze snelheid van opeenvolgende gedachten gaat onze aandacht meteen weg van ervaring van de visuele waarneming. Een groot deel van onze aandacht gaat naar het denken.

Een directe waarneming vindt altijd als eerste plaats.
Daarna komen de gedachten.

Als we dus nog verder iets teruggaan, naar vóór we erover dachten, komen we al snel bij de ervaring van onze unieke resonantie met een aspect van een voorwerp of situatie, op een uniek moment in de tijd.

Dat is wat we zien – wat we ervaren wat we zien.
Een belichaamde ervaring.

En al staan we naast elkaar en kijken we naar hetzelfde of kijken we dezelfde richting uit.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet.

Jij ziet jij ziet wat ik niet zie.

Eén uniek moment tegelijk.

©Hèlen A Vink, Zandvoort, 3 april 2015