Waarheen ik ook ga, met mijn camera

Mijn camera altijd bij me

Aan mijn pols bungelend, in mijn tas met of zonder hoesje, een extra batterij in het zijvakje. Zo ben ik altijd voorbereid een foto te maken.

Voorbereid om te fotograferen als ik onverwacht geraakt wordt, zomaar iets zie, uit het niets.

De camera altijd meenemen helpt

Dit helpt om er bij stil te blijven staan (als ik geen dringende afspraak heb), er iets langer bij stil te staan. De ervaring van zien en geraakt worden helemaal toe te laten en mijn ervaring helemaal te ervaren. Dan kan ik besluiten er een foto van te maken.

Dit proces doorlopen helpt met de wetenschap dat ik mijn camera bij me heb. Zonder camera zie ik ook zomaar iets uit het niets, en geniet ervan, maar… Er is een maar.



Zonder camera

Is het ook makkelijker met mijn aandacht langs het gezien te glijden, en het weg te redeneren. En weer verder te gaan met denken. De camera meenemen helpt om beter te worden in iets zien en zomaar iets zien, beter opmerken, alert zijn tijdens het van A naar B gaan. Omdat we altijd van A naar B gaan!

Eerst geraakt worden en dan fotograferen

Onbevangen kijken en zomaar iets zien, en dan verder kijken. Kan ik wat ik zie ook fotograferen?

En dan komt het praktische: welke omstandigheden zijn er nodig om te fotograferen?

  • Het onderwerp beweegt niet te veel, en de lichtomstandigheden zijn goed.
  • Ik kan er bij met de zoomlens.
  • Ik heb een minuutje om stil te blijven staan.
Waarheen ik ook ga, daar ben ik

Waarheen ik ook ga, ik neem mijn beschikbaarheid om te kijken en te zien mee. En mijn camera.

Hèlen A Vink